De stilte voor de storm

Ik schrijf dit reisverslag vanaf mijn nieuwe werkplek. Ook hier uitzicht op bergen, maar dit zijn andere bergen. Ik voel het. Dit zijn de Spaanse Pyreneeën.

We zijn neergestreken in een klein dorpje bij vrienden van de reislustige P. De huizen staan hier tegen de rotsen aangeplakt. Er is geen winkel, restaurant of tapasbar. De smalle straatjes hebben geen namen. De huizen wel. De lucht is schoon. Er komt helder water uit de rotsen. De mensen drinken het, koken en wassen ermee. Het water stroomt door het dorp en valt kletterend op de rotsen, hier naast mij. De laatste dagen is er meer water, meer geluid van vallend en stromend water. Ik kijk en luister er graag naar.
’s Morgens hoor je de spechten.

Hij komt hier al dertig jaar, hij kent het dorp, de mensen, de huizen, de omgeving, de bergen. Ik zie dat hij hier thuis is. De Spaanse vrienden zijn dappere mensen. Op jonge leeftijd besloten zij om weg te gaan uit de grote stad, de natuur in. Met bijna niets begonnen. Het is een mooi, inspirerend verhaal.

Ik voel me hier ook thuis. Het is hier goed en gezond voor mij. Het leven is eenvoudiger: gezond eten en wijn, rust, goede gesprekken, een wandelingetje door het dorp, staren naar bergen en water, stilte.

Je wandelt hier vanuit het dorpje verder de bergen in. Hoger, meer uitzicht, meer ruimte, nog meer frisse lucht. En stilte.
‘Hoor je hoe stil het is?’

Ja, ik hoor hoe stil het is.
Het is stil om mij heen.
Het wordt stil in mij.

De stilte voor de storm
Ik weet het.