Een gewone zondag in Ronda en toch ook weer niet

Het is zo fijn om terug te zijn. Ik ben weer in mijn huisje met zicht op de bergen. Vanaf mijn werkplek kijk ik naar buiten. Het waait en regent. De bergen zijn grijs. De mist hangt laag. Het zicht nodigt uit naar binnen. Ik hoor beneden auto’s toeteren.
Het is zondagmiddag in Ronda.

Ik nodig mezelf uit naar binnen. Wat is het dat ik hier zo gelukkig ben?

Vanmorgen koffie met taart in de stad. Het is al bijna gewoon, en toch ook weer niet. Want ik geniet van iedere slok koffie. Ik smul van iedere hap taart. Ik beweeg me tussen gewone Spanjaarden op een zondagochtend.

Ik beweeg me door de stad want ik woon hier. Nu woon ik hier. Op de terugweg stokbrood gekocht. Kaas, tomaten, olijven, stokbrood. Snufje zout, beetje peper. Een gewone lunch in Ronda op zondagmiddag. En toch ook weer niet.

Wat is gewoon? Wanneer is iets gewoon?
Wordt iets gewoon? Wat was het dan daarvoor?

Voordat het gewoon is, is het nieuw. Een nieuwe ervaring, een nieuwe beweging, een nieuwe vorm.
Een nieuwe ontmoeting, iedere keer weer.

Ik ben hier zo gelukkig omdat ik hier iedere keer een nieuwe ervaring beleef, een nieuwe beweging of vorm.
Een nieuwe ontmoeting.

En dat maakt me blij. Dat ik weet dat er iedere keer weer een nieuwe nu is.
Dat ik weet dat ik iedere keer weer opnieuw kan zien, horen, ruiken, proeven en aanraken.
Het maakt me nieuwsgierig. Wat kan ik nog meer ervaren?

Al heb ik het al 1000 keer ervaren. Iedere ervaring is nieuw.
Al heb ik je al 1000 keer ontmoet. Iedere ontmoeting is nieuw.
Jij bent iedere keer nieuw.
Ik ben iedere keer nieuw.

Het maakt me zo nieuwsgierig.
Dat zie ik ook bij jou.