Gelukkig heb ik de CD nog.

Ooit heb ik tien djembé lessen gevolgd bij een mooie Afrikaanse man. En als koorlid van een musical heb ik genoten van het samen zingen. Maar daar blijft mijn muzikale inbreng dan ook bij. Ik luister graag naar muziek en ik beweeg er graag op. Daar is in Spanje nog iets bijgekomen.

Op zaterdagavond was er een flamenco-uitvoering. Ik was wel benieuwd omdat ik zoiets nog nooit in het echt gezien heb. Bij de toeristische informatie had ik gevraagd naar de plaatselijke flamenco, zodat ik tussen de Spanjaarden zou zitten.

Ik zit niet tussen de toeristen. Wel met een paar Spanjaarden. We kijken naar een podium met twee stoelen, twee microfoons en twee flesjes water. Vanaf de voorste rij zie je het goed. Dat vinden Spanjaarden blijkbaar ook.
Dan nemen de gitarist en zangeres hun plaatsen in. Het zijn nog jonge mensen. Ze zijn ontspannen, overleggen nog wat, nemen een slokje water en dan begint het.

De gitarist bespeelt zijn gitaar als een verlengstuk van zichzelf. De zangeres kijkt naar hem en beweegt een beetje mee. Ze maken oogcontact en glimlachen. Dan begint zij te zingen. Ik versta natuurlijk geen woord van wat ze zingt, maar haar stem is prachtig vol. De gitarist beweegt nu ook zijn voet, maar ik zie geen vaste maat. Wel hoor ik dat de zangeres in haar handen klapt. Voortdurend stemmen zangeres en gitarist op elkaar af. Ze genieten van het samen muziek maken.
Ik kom ogen en oren te kort.

Als alleen de gitarist speelt, sluit ik mijn ogen om de muziek beter te kunnen horen. En om de ogen van de gitarist want af en toe kijkt hij peilend de zaal in en aangezien ik pal voor hem zit. Dan doet de flamenco-danseres haar theatrale intrede. Ze wordt ‘ontvangen’ door de twee anderen. Maar zij glimlacht niet, nog niet, zij is flamenco-danseres. Met een van verdriet en melancholie vertrokken gezicht beweegt zij over het podium. Haar dansende schoenen maken een oorverdovend geluid.

Als nuchtere Hollandse snap ik dat theatrale van de flamenco niet zo. Ik moet er eigenlijk een beetje om lachen. Maar dat durf ik niet. Kijkt de gitarist peilend, de danseres kijkt me indringend aan en ik kan niet wegkijken.
Ze heeft een mooi gezicht, grote ogen en goede benen en billen. Ik ben onder de indruk van haar dans, want ik weet dat het jaren oefening vraagt.

En ik ben onder de indruk van het samengaan van deze drie mensen. Voortdurend stemmen zijn af: gezang, geklap, gitaar, ritme, dans, beweging en stilte. Ze genieten van de gezamenlijke creatie. En daar geniet ik weer van.

De volgende zaterdagavond zit ik naast de Schotten op de voorste rij bij een andere Spaanse gitarist. Deze legt de verschillende Spaanse gitaren uit. Ook interessant. De zaterdagavond daarop weer bij de Flamenco voorstelling. Dit keer geen zangeres maar een zanger. Een al wat oudere man met een mooie kop en een dijk van een stem.

Het is een heel andere voorstelling. Dat kan ook niet anders. Andere zanger, andere stem, ander ritme, andere inbreng. Ook nu een voortdurende afstemming tussen de muzikanten. Maar er is meer. De flamenco-zangeres glimlacht meer, doet anders met haar ogen en beweegt haar lichaam uitdagender. Een nuchtere Hollandse zou zeggen dat ze flirt.
Ik kom ogen en oren tekort.

In het hotel in Toledo is er Spaanse gitaarmuziek bij het ontbijt. Er is een studio in de kelder met alle muziek van Paco de Lucía, wijn en luie stoelen. We zijn zomaar beland in zijn voormalige woonhuis.
Af en toe hoor ik vanaf een balkon mensen klappen. En lachen. Gewoon met elkaar, verschillende ritmes klappen.

Zo is het Spaanse ritme in mijn bloed gekropen. Door de ritmes, de geluiden, de bewegingen, de mensen. Het vult een muzikale leemte waarvan ik niet wist dat ik die had. En daardoor heb ik nu zo’n behoefte aan Spaanse muziek.
Gelukkig heb ik de CD nog.