Hier doe je het allemaal voor!

(over hoogtevrees, droge boterhammen en bergwandelbillen)

‘We kunnen morgenochtend de berg op. Ik schat in dat de meeste sneeuw weg is. De weersvoorspellingen zijn gunstig; droog, niet te koud, weinig wind en zonnig. Als we vroeg vertrekken zijn we op tijd terug voor de zwarte paella.’

En dus lopen we de volgende ochtend om half acht het dorp uit, de berg op. Ik ben zo blij dat het er toch van gekomen is! De vorige keer moesten we halverwege de berg terug vanwege sneeuw, het weer en mijn slappe benen. Dit keer ben ik beter voorbereid met een enorm ontbijt en meer kracht in mijn benen.

Zodra we het bergpad oplopen stopt onze conversatie. Dat is bijzonder. We hebben namelijk altijd wel wat te bespreken, de reislustige bergwandelaar en ik.
Er verandert iets in die man als hij de berg oploopt, ik zie het.

Ik volg die man de berg op. Het gaat beter dan de vorige keer. Ik voel me krachtig. Toch wordt de afstand tussen hem en mij steeds groter. Ik sta stil om op adem te komen en om mij heen te kijken. Boven mij cirkelen de gieren. Het bergpad voor mij is leeg. Er verandert iets in mij.

Het is nu de berg, het pad en ik. Ik zet mijn voeten neer. Bij iedere stap zoek ik de ideale plek, niet te ver, niet te hoog. Hart en longen doen ook mee. Dat lijf moet immers wel de berg opgetild worden. Ik voel het gewicht iedere keer in been en bil. Het wordt een cadans van benen, hart en longen. Het is magisch lijfelijk; confronterend en heerlijk tegelijk!

En toch schiet ik af en toe in mijn kop. Over thuis, over gezin, familie, over schrijven, over het boek, over hem, ons, over vriendschappen. ‘Terug naar je voeten, Wil.’

Er is verschil tussen bergwandelen in je kop of bergwandelen in je voeten. Bij de laatste weet ik ineens dat hoogtevrees niet nodig is. Voor mij is hoogtevrees de angst om ‘eraf’ te vallen. Maar als je je voeten neerzet, kun je er niet af vallen. Duh!

‘Hier doe je het allemaal voor’, zegt de ervaren bergwandelaar. We staan boven op de berg. Het uitzicht is prachtig, de lucht fris en helder. De oude boterhammen met kaas smaken heerlijk. We hebben banaan en chocolade toe!

Ik krijg nog een paar tips voor we afdalen. Ook in de afdaling loopt hij uit. Maar ik weet inmiddels dat iedere bergwandelaar zijn eigen tempo heeft. Dus zoek ik weer mijn eigen cadans. De neiging om bij te blijven heb ik al lang niet meer. Het mogen volgen voelt nu als een geschenk.

Het is bijzonder om samen naar de top van de berg te wandelen terwijl tussen samen honderden meters zit. Het is bijzonder om samen op deze berg te zijn terwijl je toch alleen maar met jezelf bezig bent. ‘Het is heel verhelderend zo samen met jou die berg op en af’, zeg ik grinnikend.

Ik vertel hem over voeten en kop, mijn hoogtevrees-inzicht en het pijnlijke plezier van de fysieke inspanning. En ik vertel hem over mijn bergwandelbillen.
Hij voelt goedkeurend.