Pionieren en hoogtevrees gaan niet samen

‘Zo ma, jij durft!’
Ja, ik ben ook verbaasd dat ik los op de hoogste trede (de 6e) van de trap sta om de dakramen schoon te maken. Het was nodig, die ramen.
‘Ben je van je hoogtevrees af?’

Nee dus, tijdens de wandeling naar het laagste punt van de kloof wordt dat wel duidelijk. Op de heenweg gaat het nog wel. Ik voel een beetje angst maar loop voorzichtig verder. Op de terugweg moet ik mezelf omhoog práten.

Het is een smalle richel met aan één kant de kloof. Ooit stond er een hekje langs de richel maar Spanjaarden doen niet aan onderhoud. Dus er staan nu enkele afgebroken, roestige, ijzeren paaltjes tot op kniehoogte. Daar heb ik niets aan. ‘Ben ik op de heenweg hier overheen gegaan?’
De neiging om te gaan zitten is enorm, maar ik houd mezelf pratend op de been. ‘Niet gaan zitten, Wil. Blijf op je benen staan.’

En waarom ik zo nodig op die oude stadsmuur moet zijn? Halverwege de smalle trap voel ik de bibbers in mijn benen. Maar je bent een pionier of niet dus je loopt door! Bovenop sta ik te janken van ellende. ‘Oké Wil, dit is hoogtevrees.’
Ik zoek met mijn ogen een vluchtweg, maar ik zie enkel een nog hogere trap. Voor mijn gevoel een duizelingwekkende.

Ook zie ik mensen, kinderen en bejaarden de smalle trap op en af lopen. Met tassen, fotocamera’s, een kinderwagen (!), een baby op de hand. Vrolijk lachend, ontspannen en benieuwd naar het uitzicht. Ik sta met de angst in mijn lijf een broodje te eten. Het duurt een halfuur voordat ik rustig genoeg ben om af te dalen. Ik coach mezelf omlaag.

‘Hier wil ik van af’, denk ik als ik weer met twee voeten op grond sta. Én van de angst voor loslopende honden. Ook zo’n obstakel als je wilt pionieren.
De loslopende honden kwam ik tegen in de tijd dat ik voor mijn werk tuinders bezocht. De honden lagen vast óf liepen los. Op het erf, rond het huis, in de schuur, in de kassen. Het akeligste was dat je niet wist waar ze rond liepen…
In de vallei van Ronda liep ook een hond los.

Als ik de reislustige P. vertel over mijn twijfelachtige pioniersavonturen moet hij grinniken. ‘Ik wil van mijn hoogtevrees af en de angst voor loslopende honden.’
Dan wordt hij serieus: ‘Dat gaat zomaar niet, dat duurt minimaal vijf jaar.’
‘Dan doe ik het in drie jaar,’ zeg de pionier.
Hij wordt nog serieuzer, hij is namelijk ook een ervaren bergwandelaar.
De bergwandelaar zucht om het ongeduld van de pionier.
De pionier wijkt niet.
De bergwandelaar ziet de pionier.

‘Als dat is wat je wilt, gaan we naar de Pyreneeën.’
‘Ja, dat is wat ik wil.’